Categorieën
Resultaat 76–87 van de 87 resultaten wordt getoond
Veelgestelde vragen
Een papierpons werkt het soepelst op glad papier tussen 120 en 220 g/m². Dun kopieerpapier kan scheuren en zwaar karton belast het mechanisme onnodig. Kies bij voorkeur zuurvrij cardstock voor langdurige bewaring. Aquarelpapier pons je beter in twee korte drukken zodat vezels niet rafelen. Test eerst een reststrookje; zo zie je of de rand strak is en pas je druk aan.
Snij af en toe velletjes aluminiumfolie of fijn schuurpapier door de pons. Het metaal scherpt de snijranden zonder de tool te openen. Na slijpen pons een vel waspapier om restjes te verwijderen en de beweging te smeren. Bewaar de pons gesloten in een droge lade.
De rand ontstaat wanneer vezels opzij worden gedrukt in plaats van doorgesneden. Gebruik een scherp exemplaar en zorg dat het papier vlak in de opening glijdt. Pons met één stevige druk, niet met tikjes. Bij gecoat designpapier draai je het vel om; de coating snijdt meestal strakker.
Een standaard pons is voor papier en dun karton. Foam van 2 mm of dun kunststof kan het mechanisme beschadigen. Kies voor mixed-media ponsen met sterkere veren en stalen snijplaten. Als vuistregel: het materiaal moet met twee vingers te vouwen zijn.
Pons je vorm in een andere kleur en plak die met dun foam-tape op dezelfde uitsparing in de achtergrond. Zo ontstaat diepte zonder extra tools. Voor subtiel reliëf vul je de uitsparing met transparant embossingpoeder en smelt je dat met een heattool. Een stiklijntje met witte pen langs de rand versterkt het 3D-effect.