Categorieën
Toont alle 12 resultaten
Wat is een naainaald?
Een standaard handnaainaald is een slanke metalen staaf met een scherpe punt aan het ene uiteinde en een oog aan het andere uiteinde om de draad door te rijgen. Ze zijn ontworpen voor algemeen naaiwerk met de hand. Anders dan bijvoorbeeld borduurnaalden (die vaak een groter oog hebben) of stopnaalden (met een stomp punt en groot oog), zijn naainaalden doorgaans relatief dun met een scherpe punt en een oog dat in verhouding staat tot de naalddikte, geschikt voor standaard naaigaren.
Kenmerken: punt, oog en dikte
De belangrijkste kenmerken van een naainaald zijn de punt, het oog en de dikte (maat). De punt is meestal scherp (‘sharp’) om makkelijk door de meeste geweven stoffen te kunnen dringen. De grootte van het oog bepaalt hoe dik de draad kan zijn die je gebruikt; een te klein oog maakt het inrijgen moeilijk en kan de draad beschadigen. De dikte of maat van de naald (vaak aangegeven met een nummer, waarbij een hoger nummer meestal een fijnere naald betekent voor handnaalden) kies je op basis van de fijnheid van de stof en de draad.
Verschillende soorten handnaalden
Hoewel deze categorie zich richt op de ‘diverse’ of algemene naainaalden, bestaan er binnen handnaalden wel specialisaties. ‘Sharps’ zijn de meest gangbare allround naalden. ‘Betweens’ zijn korter en worden vaak gebruikt voor fijn handwerk zoals quilten. ‘Milliners’ of ‘straw’ naalden zijn lang en dun, oorspronkelijk voor hoeden maken, maar ook handig voor plooien of rijgen. Hoewel deze specialisaties bestaan, vallen de meest verkochte assortimenten vaak onder de noemer ‘naainaalden’ en bevatten ze diverse maten ‘sharps’ voor algemeen gebruik.
De juiste naald voor draad en stof
De vuistregel is: kies een naald die past bij zowel je draad als je stof. De naald moet makkelijk door de stof gaan zonder deze te beschadigen. Een te dikke naald laat onnodig grote gaten achter, terwijl een te dunne naald kan buigen of breken op stevige stof. Het oog moet groot genoeg zijn zodat de draad er soepel doorheen gaat zonder te rafelen, maar niet zo groot dat de naald onnodig dik wordt. Het is handig om een setje naalden in verschillende maten te hebben, zodat je voor elke klus de juiste kunt kiezen.
Veelgestelde vragen
Sharps zijn all-round en lang; betweens korter voor quilten waardoor je sneller kleine steken zet; milliners extra lang voor rijg- en pluisknooptechnieken. Kies een punt die past bij de stofdichtheid.
De naald moet een gat maken dat net groot genoeg is voor het garen; bij dun katoen kies je maat 9-10, bij denim maat 4-5. Te dik laat lelijke gaten, te dun breekt.
Voor kruissteek op Aida of plastic canvas; de stompe punt zoekt het gaatje zonder de draden te splijten, wat zowel stof als garen spaart.
Steek ze in een speldenkussen met vilten lagen of gebruik een magnetisch doosje. Berg gebogen of botte exemplaren apart op voor ruwer werk zoals leer.
Voelt de punt ruw aan op je vingertop of hoor je een ‘plop’ bij het doorsteken, dan is hij bot. Vervang direct, een botte punt trekt draden en doet je handen pijn.