Categorieën
Toont alle 17 resultaten
Wat is figuurzagen?
Bij figuurzagen beweeg je het werkstuk langs het stilstaande, verticaal bewegende zaagblad (of bij handzagen, beweeg je de zaag door het vastgezette werkstuk). Het dunne zaagblad verwijdert slechts een minimale hoeveelheid materiaal, waardoor zeer gedetailleerde snedes mogelijk zijn. Een uniek aspect van de figuurzaag is de mogelijkheid om interne vormen uit te zagen. Door een klein startgat te boren, kun je het zaagje losmaken, door het gat steken en weer vastzetten, om vervolgens van binnenuit een vorm uit te zagen.
Het gereedschap: figuurzaagbeugel en zaagjes
De handmatige figuurzaag bestaat uit een U-vormige beugel (de figuurzaagbeugel) waarin een fijn zaagje wordt gespannen. De diepte van de beugel bepaalt hoe ver je van de rand van het materiaal kunt zagen. De zaagjes zelf zijn er in verschillende soorten, met variaties in de grootte en richting van de tanden, afhankelijk van het te zagen materiaal (hout, metaal, kunststof) en de gewenste zaagsnede (grof of fijn). Het correct inspannen van het zaagje, met de tanden in de juiste richting (meestal naar het handvat wijzend) en onder de juiste spanning, is cruciaal voor goed zaagwerk.
Werkwijze en benodigde accessoires
Voor comfortabel en veilig figuurzagen zijn enkele accessoires belangrijk. Een figuurzaagplankje is een houten plankje met een V-vormige uitsparing, dat je aan de rand van je werktafel klemt. Het ondersteunt het werkstuk dicht bij de zaaglijn en biedt ruimte voor de zaagbeweging. Een klem om het werkstuk op het plankje vast te zetten is ook handig. Voor interne uitsnijdingen heb je een kleine (hand)boor nodig om startgaten te maken. Het is aan te raden om je ontwerp eerst op het materiaal te tekenen of een papieren patroon erop te plakken.
Creatieve projecten met de figuurzaag
Figuurzagen leent zich uitstekend voor allerlei creatieve projecten. Maak gedetailleerde houten figuren, puzzels of speelgoed. Zaag ornamenten uit voor Kerstmis of Pasen. Creëer opengewerkte decoratieve panelen of naambordjes. Het is een belangrijke techniek in de modelbouw voor het maken van precieze onderdelen. Ook voor het maken van intarsia (inlegwerk met verschillende houtsoorten) of marqueterie wordt vaak gebruik gemaakt van figuurzaagtechnieken. Het is een vaardigheid die zowel technische precisie als artistieke expressie mogelijk maakt.
Veelgestelde vragen
Plaats het zaagblad met de tanden naar beneden en richting het handvat. Haak één uiteinde in de beugel, duw licht tegen je borst om spanning te creëren en klem het andere uiteinde vast. Laat de beugel vervolgens ontspannen, het blad moet helder ‘pingen’ wanneer je er zacht tegen tikt. Te weinig spanning geeft kromme snedes, te veel doet het zaagje breken. Oefen dit ritueel: juist inspannen bepaalt voor de helft je zaagkwaliteit.
Triplex of populierenmultiplex van 4–6 mm zaagt licht, splintert weinig en is betaalbaar. Voor kinderen volstaat zelfs 3 mm zodat bochten soepel gaan. Makkelijker nog is lindehout: zacht, homogeen en geurloos. Laat eiken of esdoorn links liggen tot je techniek gevorderd is; harde nerven vergen een scherp zaagje en stevige polscontrole. Veiligheid eerst: zaag altijd met werkstuk op een V-plankje en handen buiten de lijn.
Een startgat laat je het zaagblad door het materiaal steken zodat je binnenin een gesloten figuur kunt beginnen, zonder buitenrand te doorbreken. Daardoor kun je letters, harten of rozetpatronen volledig ‘uit laten hangen’ in het paneel. Gebruik een boor die net groter is dan de zaagtandbreedte; te klein beschadigt het blad. Positioneer het gat op een onopvallend punt, want de boor neemt iets meer materiaal weg dan de zaagsnede.
Plaats schilderstape op de zaaglijn of werk met een fijn zaagblad (hoge TPI). Ondersteun het hout vlak bij de zaaglijn met het plankje zodat vezels niet kunnen ombuigen. Zaag met regelmatige slagen zonder persen; te veel druk trekt splinters los. Voor superstrak resultaat teken je ontwerp op de achterkant en zaag je van achter naar voor, dan zitten eventuele vezelopstropingen aan de niet-zichtbare kant.
Begin met een eenvoudige puzzel: rechte en gebogen lijnen inoefenen, stukjes markeren en later inkleuren. Ga dan over op een dierrensilhouet met binnencontouren, zodat boren en intern zagen geoefend worden. Een naambordje daagt uit tot nette letters en gelijkmatige rondingen. Tot slot een kerstster of mandala met veel puntjes om tempo en nauwkeurigheid te verfijnen. Elk project groeit in moeilijkheid, maar blijft klein genoeg voor een lesblok.